Naar inhoud. Begin van de inhoud.

“Wat lijkt op onverschilligheid, is vaak onzekerheid.” 

Man helpt zoon bij huiswerk

“Wat lijkt op onverschilligheid, is vaak onzekerheid.” 

Sommige ouders lijken afwezig of onverschillig op school. Maar wat als daar iets anders achter zit? In dit interview deelt Leen Prims van Ligo Antwerpen hoe je laaggeletterde ouders beter herkent én bereikt met kleine acties die een groot verschil maken.

Leen Prims is teamleider van Team Ouders bij Ligo Antwerpen. Samen met haar team ondersteunt ze scholen in het bereiken van laaggeletterde ouders. Ze vertelt waarom die ouders vaak onder de radar blijven en wat scholen kunnen doen. 

Leen ziet daarin een duidelijke uitdaging: “Schoolteams hebben niet altijd een goed zicht op wie laaggeletterd is. Een ouder wordt soms verkeerd ingeschat,” vertelt ze. “Iemand die kwetsbaar lijkt, blijkt soms net sterk te functioneren. En omgekeerd. Dat maakt het moeilijk om de juiste ouders te bereiken.”  Bij intakemomenten ziet ze een duidelijk patroon. “Vooral mondige en hooggeschoolde ouders vinden de weg. De ouders die het meest baat hebben bij ondersteuning, blijven vaker weg.” 

Volgens Leen begint alles bij beter herkennen. “Laaggeletterde ouders zijn vaak minder zichtbaar. Ze komen niet naar oudercontacten, of nemen altijd iemand mee om te vertalen.” Er zijn ook subtielere signalen. Ouders knikken vaak “ja” zonder alles te begrijpen, reageren mondeling op schriftelijke communicatie of laten hun kind antwoorden. “Ze kunnen ook onzeker overkomen: weinig oogcontact, afwachtend of wat afstandelijk.” 

Wat lijkt op onverschilligheid, is vaak onzekerheid of schaamte,” benadrukt ze. “Veel ouders hebben negatieve schoolervaringen. Dat maakt de drempel groot.”  De sleutel ligt in persoonlijk contact. “Spreek ouders aan, bijvoorbeeld aan de schoolpoort. Laagdrempelig en vriendelijk. En herhaal dat contact: één keer is zelden genoeg.” Ze raadt ook aan om gericht te zoeken. “Ga bewust op zoek naar ouders die je minder ziet. Leerkrachten en zorgteams hebben daar vaak de beste voelsprieten voor.” 

Schriftelijke communicatie alleen volstaat niet. “Hou informatie eenvoudig en kort, en combineer dat met echte contactmomenten.”  Blijven ouders moeilijk bereikbaar, dan moet je breder kijken. “Een telefoontje, spraakbericht of huisbezoek kan helpen. Ook brugfiguren maken vaak het verschil.” Wanneer ouders interesse tonen, begint het pas. “Verwacht niet dat ze meteen instappen. Vaak zijn meerdere duwtjes nodig. Blijven herhalen en bevestigen maakt echt het verschil.” “Het is zelden één actie die werkt,” besluit Leen. “Het is een ‘en-en’ verhaal: scholen, leerkrachten en partners versterken elkaar.” 

Kijk vooral verder dan gedrag. Een ouder die afwezig is, wil niet minder betrokken zijn. Met persoonlijk contact en volgehouden inspanningen kan je ook deze ouders bereiken.”

wiki 4